Bewegwijzering 2

In Bibliotheekblad nummer 10/11 heb ik geschreven over de mogelijkheden voor navigatiesystemen, zoals we die in moderne auto’s kennen binnen de muren van de bibliotheek: PDA-achtige apparaatjes die verstrekt worden bij binnenkomst en draadloos verbonden zijn met het bibliotheeksysteem en het internet. Ze wijzen de weg naar de juiste kast. In deze bijdrage wil ik nog een stapje verder gaan in abstractie. Mocht u tijdens het lezen denken dat ik mijn gezond verstand verloren ben, zou kunnen, maar de tijd het zal leren… 

Als een PDA ons de weg kan wijzen in de bibliotheek, zou het dan niet mooi zijn als de PDA ons niet alleen de kast, maar ook het gezochte boek wijst? Dan moeten de PDA en het boek contactloos met elkaar kunnen communiceren. Hiervoor moeten we technologie in onze boeken stoppen. Deze technologie is beschikbaar en wordt door NBD|Biblion aan bibliotheken aangeboden, namelijk RFid (Radio Frequency Identification, ofwel chips in boeken). 

Het bereik van een boek voorzien van een RFid-label is helaas niet zodanig dat een PDA met een RFid-reader in een bibliotheek het signaal van een boek op alle plekken op kan vangen, maar laten we er voor dit gedachtespinsel van uit gaan, dat we dit probleem hebben opgelost. Mogelijk via een hulp RFid-reader in elke kast, die verbonden is met het netwerk. Wat zou een PDA op een draadloos netwerk in combinatie met RFid kunnen betekenen voor de inrichting van de bibliotheek? 

Als een boek zelf kan vertellen waar het staat, hoeft het niet noodzakelijkerwijs op een vooraf gedefinieerde volgorde, zoals auteur en SISO, te staan. We kunnen andere volgordes gaan toepassen, zoals sorteren op alfabet van de titel, de kleur van de kaft of de grootte van de boeken, waarbij sorteren op kleur vooral gevolgen heeft voor de inrichting en sorteren op grootte vooral voor het ruimtegebruik. 

We kunnen de sortering ook aan ons publiek overlaten door, net als op de website mijnstempel.bibliotheek.nl, het publiek de boeken in de kasten te laten zetten: kasten voor saaie, spannende, lieve, enge, grappige en stomme boeken. Als een boek langer dan een jaar in de kast met stomme boeken staat, moet het misschien wel worden afgeschreven. Deze vorm van self service, scheelt overigens ook in het aantal benodigde bergers. Vindt u alle boeken door de war problematisch? Ach, het traditionele browsen op auteur of onderwerp kunnen we dankzij onze verrijkte catalogi toch prima via diezelfde PDA?

Bewegwijzering 1

Na de pragmatische column van Jacques Malschaert in Bibliotheekblad 9 over bewegwijzering wil ik me op een iets abstracter niveau tegen het onderwerp aanbemoeien. Ik ga niet in op de juiste plek en vorm van bordjes met pijlen, maar zal illustreren hoe technologie ingezet kan worden om mensen de weg te wijzen in de bibliotheek. 

Doordat de ruggen van boeken op afstand erg op elkaar lijken is het op de vorm van boeken en kasten moeilijk te bepalen wat waar staat. Het is in ieder geval lang niet zo eenvoudig als in een warenhuis, waar de overhemden zich duidelijk onderscheiden van het ondergoed en de keukenaccessoires. Bibliotheken ondervangen dit probleem door het toepassen van een plaatsingssysteem. In Nederland hebben we voor het organiseren van onze collecties de keuze tussen twee plaatsingssystemen: PIM en SISO. PIM bestaat uit 26 rubrieken en is geschikt voor kleine collecties tot 30.000 objecten. SISO bestaat uit 4247 rubrieken en is gelukkig hiërarchisch opgebouwd. Wanneer in de catalogus een titel wordt gevonden begint de uitdaging om het gezochte object met behulp van bordjes en kastopschriften te vinden. In beide plaatsingssystemen niet altijd even eenvoudig. 

Een aantal bibliotheken hebben de mogelijkheid om vanuit een gevonden object in de catalogus door te klikken naar een digitale plattegrond of 3D representatie van de bibliotheek. De kast of het cluster met kasten waarin het object zou moeten staan knippert op het scherm. Op zich een hele aardige manier van bewegwijzering, maar toch vervelend dat je niet met de monitor onder de arm, met behoud van beeld, naar het gezochte object kan wandelen. Ook het juist interpreteren van een plattegrond is niet voor iedereen weggelegd.

Laten we even kijken naar wat er de laatste jaren in de auto-industrie is gebeurt. Tot een paar jaar geleden vertrouwde de automobilist op kaarten en de ANWB-borden boven de weg om de plaats van bestemming te bereiken. Tegenwoordig wijst een vriendelijke dames- of herenstem ondersteund door pijltjes in het dashboard ons de weg van deur tot deur. Wat zou het mooi zijn als we een afgeleide van zo een navigatiesysteem in de bibliotheek zouden kunnen toepassen: bij de ingang van de bibliotheek een batterij PDA’s (uiteraard voorzien van opgeladen magneetstrip…) voorzien van een WiFi kaartje, zodat je draadloos het bibliotheeksysteem en het internet kunt raadplegen en een pijltje op het scherm dat je al wandelend door de bibliotheek de weg wijst naar een boek. Het zou een al te grote wildgroei in bewegwijzering kunnen voorkomen.