Het leescafé

Hoe komt het dat het leescafé in de bibliotheek van Almelo floreert, terwijl het leescafé in de centrale bibliotheek van Den Haag na een paar verliesgevende jaren overgaat op snoep- en drankautomaten zonder bediening? Het antwoord is: verschillen in architectuur en inrichting.

Den Haag

De centrale openbare bibliotheek van Den Haag is onderdeel van het mooie stadhuiscomplex van Richard Meijer, in de volksmond door het vele wit ook wel het ‘ijspaleis’ genoemd.  Met de ronde gevel aan het Spui is de bibliotheek het ‘gezicht’ van het complex. Door de keuze voor een enorm atrium in het midden van het complex zijn automatisch alle functies naar de buitenkant van het complex geschoven en is er, ondanks de enorme schaal van het gebouw, in feite sprake van ruimteschaarste. Deze schaarste is terug te zien in de bibliotheek: weinig ruimtelijke elementen als vides en doorzichten, maar vooral vloeren met boekenkasten.

Het oppervlak waarmee de bibliotheek de straat raakt (de footprint) is klein, door de in het bibliotheekdeel geschoven winkel van Hulshoff. Op dit stukje begane grond moet een hoop gebeuren: binnenkomen, weggaan, innemen, uitlenen, beveiligen, verwijzen, verticaal transporteren, de krant lezen, tentoonstellen én het lezen in het café. Het leescafé zit achter de liften met als voordeel dat het van buiten goed te zien is. Er zijn ook drie nadelen aan deze locatie die het functioneren van het leescafé in de weg zitten. Ten eerste kun je het leescafé niet direct in vanaf de straat. Ten tweede is het leescafé niet zichtbaar wanneer men de bibliotheek binnenkomt en ten derde zorgt de open verbinding tussen het café en de eerste verdieping voor potentiële stankoverlast op de bovengelegen verdieping.

Almelo

In Almelo heeft de bibliotheek een aanmerkelijk grotere footprint. Hier kom je binnen en heb je links het leescafé en rechts de bibliotheek. De ruimte ertussen wordt gebruikt voor tentoonstellingen. Door deze ruimtelijke scheiding hebben de bibliotheek en het café geen last van elkaar en kan het café functioneren als een volwaardig café, inclusief muziek, optredens en alcohol. Kookluchten en rokende cafégasten laten geen sporen achter op de longen van de bibliothecarissen.

Uit bovenstaande blijkt dat het vermengen van functies lastig is. Met de druk op de bibliotheek om zich om te vormen tot een multifunctioneel cultuurhuis is het echter wel een actueel thema. Functiemenging dient zo vorm te worden gegeven dat de onderdelen elkaar niet in een onmogelijke houdgreep houden, die de exploitatie negatief beïnvloedt.