De menselijke maat

Als u mij kent, zult u mij toch vooral ‘associëren’ met ICT-Expertisecentrum LAURENS, de OB in Den Haag en bibliotheek.nl. Feit is echter dat ik geen bibliothecaris ben en ook geen opleiding heb in die richting. Ik ben architect en zou dus gebouwen moeten ontwerpen… Ik ben door Bibliotheekblad gevraagd om periodiek een column te schrijven over architectuur en inrichting. In deze column zal ik mijn imago trachten om te buigen door bruggen te slaan tussen de bibliotheek en architectuur. Ik doe dat afwisselend met Rob Bruijnzeels en Huub Leenen.

Men zegt dat de technische universiteit Eindhoven vooral creatief en de TU Delft vooral rationeel is. Ik heb gestudeerd aan de TU Delft en ben afgestudeerd bij Carel Weeber. Ik ben dus rationeel. Ik heb geleerd dat je een ontwerp zonder wollige taal moet kunnen uitleggen en dat de constructie eerlijk moet zijn.

Ik krijg dan ook rode pukkeltjes bij de uitleg van het ontwerp van Coop Himmelb(l)au voor het deconstructivistische paviljoen van het Groningermuseum. Een kolom dient immers een vloer te dragen en op een vloer dien je te lopen, daarbij geholpen door de zwaartekracht. Een van de studieboekjes die in het Delftse gedachtegoed past is De Menselijke Maat van prof. ir. Haak (uitgave van de Delftse Universitaire Pers). In dit prachtige boekje vind je alle denkbare maten waar je als mens mee te maken krijgt. Van de ideale trapleuninghoogte, tot de optimale maten van parkeervakken. De Menselijke Maat is een voor studenten betaalbare versie van de maatbijbel Bauentwurfslehre van Neufert (uitgave van Vieweg Verlag, Duitsland). Neufert gaat nog een stapje verder. Zelfs de draaicirkel van een Boeing 747-400 en de maten van een volwassen Vlaamse reus (ja, het konijn) staan er in.

In deze twee boeken schuilt echter ook een groot gevaar. Als je de maten toepast met in het achterhoofd een bouwbudget, dan wordt de minimale maat al gauw de ideale maat. Terwijl overmaat de levensduur en de status van een gebouw positief kan beïnvloeden. Echt onderscheidende architectuur stoort zich immers niet aan de menselijke maat. De menselijke maat heeft in de jaren 70 in Nederland geleid tot de nieuwe truttigheid. Denk maar aan alle woonerven. Wie wil er over tien jaar nog in een huis met een plafondhoogte van 2,40 meter wonen? Ofwel: de menselijke maat dient toegepast te worden met mate! 

Trouwens, zijn er in de jaren 70 niet ook heel veel bibliotheken gebouwd?